Kroos in de sloot – hoe woorden troost kunnen bieden

Mijn oom is ziek en wordt niet meer beter. Vandaag was ik bij hem op bezoek en ik bracht een zonnebloem mee met meerdere bloemen, in stadia van bijna vergaan tot net uit de knop. De cirkel van het leven, samengebracht in één robuuste stengel.

Hij heeft een mooie leeftijd bereikt, 86, maar toch: afscheid nemen is moeilijk. Daarom beloofde ik hem dat ik gauw terugkom om weer een kopje thee te drinken, als een soort bezwering.

Mijn oom kan prachtig schilderen, en prachtig schrijven. Ik deel met hem de liefde voor de taal en voor het componeren met woorden. Met al zijn levens- en schrijfervaring is hij mij ver vooruit en ik kan nog steeds van hem leren. Zo ook vandaag, toen we spraken over zijn naderende einde. Daar is hij open over, op zijn eigen, poëtische manier. Hij vertelde hoe hij de dood schetste aan zijn kleinkinderen. Hij verwacht geen engelen, geen hemel of sterren, maar wel dat hij onderdeel blijft van de aarde, “want waar blijf je anders?” Nuchter vertelde hij dat een mens voor tachtig procent uit water bestaat. “Dat verdampt tijdens de crematie, keert terug als regendruppels en bevochtigt planten, bomen en bloemen. Mijn as zal voeding geven aan alles wat groeit. Misschien ben ik straks een plukje gras, of wat kroos in de sloot bij het huis van mijn dochter.”

Zijn woorden geven troost aan zijn kinderen en kleinkinderen – en aan mij. Ik eer mijn oom met dit stukje, en wens hem nog veel mooie woorden toe.