Appelkanjer

Geduldig wacht de oude man tot de halve broden zijn ingepakt. Zeven halfjes licht-volkoren. Ik verbeeld me hoe hij bij thuiskomst, net als iedere zaterdag, voorzichtig bukt bij de kleine vriezer in de bijkeuken. De broodvoorraad past precies in de bovenste lade. De rest van de vriezer is wellicht gevuld met kleine, overzichtelijke porties eten. Met zorg klaargemaakt door zijn kinderen, of behulpzame buren. Want koken op zijn leeftijd – hij oogt ruim boven de tachtig – dat gaat niet meer zo makkelijk.

Hij komt vast al jaren bij deze buurtbakker; ik ben hier alleen als ik zin heb in een puddingbroodje. In heel Haarlem en omgeving heb ik nog geen andere plek kunnen ontdekken waar je deze lekkernij vers kunt kopen. ‘Roombroodje’ heet het met dikke, gele room gevulde kadetje hier nogal deftig, maar ik houd stug vast aan de naam die me doet denken aan mijn Brabantse geboortegrond.

“Zo, meneer Meijer, dit zijn uw broden”, zegt de verkoopster tegen de man. “En nu wilt u zeker nog een appelkanjer?” Hij toont een broze lach en zijn ogen glimmen achter zijn brillenglazen. “U weet het precies, mevrouw, u weet het precies.”

Afrekenen doet hij met een briefje van vijftig, zijn trillende vingers zoeken in zijn portemonnee naar aanvullend kleingeld. Vragend houdt hij de muntjes een voor een omhoog. “Dit is hem, meneer Meijer, vijftig cent. Dan krijgt u van mij twee briefjes van twintig euro.” Zorgvuldig stopt de man zijn portemonnee weer in zijn broekzak en hij reikt naar de broodzakken op de toonbank. “Ik loop mee naar uw fiets”, zegt de verkoopster. Dankbaar draait hij zich om naar de uitgang.

Ik kijk ze na, de kwieke verkoopster en de breekbare, oude man. Zijn driewieler staat pal voor de winkeldeur. De zakken met brood en de appelkanjer passen makkelijk in de mand op de bagagedrager. Na de groeten aan zijn vrouw keert de verkoopster terug naar de balie, waar ik mijn puddingbroodje koop. Weer buiten zie ik de oude man fietsen; in een kalm tempo peddelt hij naar huis. Waar hij, zo stel ik mij voor, met zijn bevende handen de appelkanjer in tweeën snijdt, op schoteltjes naar de woonkamer draagt en zich langzaam in een comfortabele stoel laat zakken. Zijn vrouw kijkt hem liefdevol aan.

Een leven lang samen, alles beleefd, alles gedeeld. Tot en met die wekelijkse traktatie na het boodschappen-doen: de appelkanjer van de bakker.

De paus op het verkeerde been

Mijn opa is onderscheiden door de paus. Bijna was deze grote eer aan zijn neus voorbij gegaan, zo hoorde ik onlangs van een familielid. Dat de paus zijn handtekening zette onder de aanvraag, was te danken aan een volhardende pastoor. En aan een slimme truc.

Gerrit Mutsaers, de vader van mijn moeder, was een katholiek in hart en nieren. Hij bezocht trouw de kerk en voedde zijn kinderen op volgens de normen en waarden die hij van huis uit had meegekregen. Toch was hij geen kritiekloze volger. Sterker nog: hij kwam op voor zijn rechten. Dus was hij ook overtuigd vakbondsman. Als medewerker van de Eindhovense drukkerij trad hij toe tot het bestuur van de Nederlandse Katholieke Grafische Bond, de NKGB.

Stiekem vergaderen in de oorlog

In de Tweede Wereldoorlog kregen de vakbonden het moeilijk. De NKGB ging ondergronds: de ledenadministratie werd verstopt en de vergaderingen gingen door – spertijd of niet. In de kleine huiskamer van mijn opa en oma spraken de vakbondsmannen over acties. In 1941 richtten ze het Algemeen Sociaal Fonds op, voor gezinnen die het financieel moeilijk hadden. Het fonds overleefde de oorlog en bestaat nu, in 2017, nog steeds.

Twee decennia voorzitter

Na de bevrijding van Eindhoven, op 18 september 1944, kwamen de vakbondspapieren tevoorschijn en vonden de vergaderingen weer plaats in het daglicht. Mijn opa werd voorzitter en zou dat twintig jaar blijven. Hij schopte het zelfs tot lid van het landelijk bestuur van de Grafische Bond. En dat terwijl mijn opa een heel bescheiden man was, niet het prototype van een leider. Maar hij straalde rust uit, en onverzettelijkheid. Aan zo’n man was dringend behoefte, in de jaren na de oorlog.

Linkse rakker?

Pastoor Pieter Harkx van de plaatselijke Joriskerk, was een groot fan van mijn opa. Gerrit Mutsaers had de katholieke schaapjes in een roerige tijd bij elkaar gehouden, vond de pastoor, en dat was een pauselijke onderscheiding waard. Maar het bisdom van Den Bosch had andere ideeën. Een vakbondsman, dat was vast een linkse rakker en daar paste geen pauselijk eerbetoon bij. Dus bedacht pastoor Harkx een truc.

Schilderijen op Hawaï

Naast zijn baan en vakbondswerk had Gerrit tijd voor zijn grote hobby: schilderen met olieverf. Op verzoek van een neef, missionaris op een klein Hawaïaans eiland, schilderde hij een complete Kruisweg voor het kleine kerkje waar de neef predikte. Pastoor Harkx schreef een nieuw verzoekschrift aan de paus. Ditmaal met als argument dat de vrome katholiek Gerrit Mutsaers in zijn vrije tijd veertien prachtige schilderijen had gemaakt voor een kerkje in een ver land.

Trots en een beetje verlegen

Het bisdom ging overstag, de paus zette zijn handtekening en mijn opa ontving de versierselen van Pro Ecclesia et Pontifice (voor kerk en paus). In een doos vol oude documenten vond ik een vergeeld krantenknipseltje uit het Eindhovens Dagblad, met foto. Mijn oma speldt de onderscheiding op, mijn opa kijkt trots en een beetje verlegen. De journalist had geen oog voor de hobby van mijn opa. Het hele stuk gaat over zijn verdiensten als vakbondsman. Een linkse rakker met een pauselijk kruis, het kon dus toch.

 

Kroos in de sloot – hoe woorden troost kunnen bieden

Mijn oom is ziek en wordt niet meer beter. Vandaag was ik bij hem op bezoek en ik bracht een zonnebloem mee met meerdere bloemen, in stadia van bijna vergaan tot net uit de knop. De cirkel van het leven, samengebracht in één robuuste stengel.

Hij heeft een mooie leeftijd bereikt, 86, maar toch: afscheid nemen is moeilijk. Daarom beloofde ik hem dat ik gauw terugkom om weer een kopje thee te drinken, als een soort bezwering.

Mijn oom kan prachtig schilderen, en prachtig schrijven. Ik deel met hem de liefde voor de taal en voor het componeren met woorden. Met al zijn levens- en schrijfervaring is hij mij ver vooruit en ik kan nog steeds van hem leren. Zo ook vandaag, toen we spraken over zijn naderende einde. Daar is hij open over, op zijn eigen, poëtische manier. Hij vertelde hoe hij de dood schetste aan zijn kleinkinderen. Hij verwacht geen engelen, geen hemel of sterren, maar wel dat hij onderdeel blijft van de aarde, “want waar blijf je anders?” Nuchter vertelde hij dat een mens voor tachtig procent uit water bestaat. “Dat verdampt tijdens de crematie, keert terug als regendruppels en bevochtigt planten, bomen en bloemen. Mijn as zal voeding geven aan alles wat groeit. Misschien ben ik straks een plukje gras, of wat kroos in de sloot bij het huis van mijn dochter.”

Zijn woorden geven troost aan zijn kinderen en kleinkinderen – en aan mij. Ik eer mijn oom met dit stukje, en wens hem nog veel mooie woorden toe.

 

Enthousiaste ondernemers in workshop

Tien enthousiaste ondernemers volgden de workshop ‘Ondernemer: wat is jouw unieke verhaal’, die ik op 10 augustus gaf met Verhalenmaker Kim Nooij. De workshop was onderdeel van de ‘Summer School for the Mind’ in het Seinwezen. Wat was het leuk om te doen! De inspiratie spatte ervan af, er ontstonden prachtige zinnen en enkele deelnemers kwamen zelfs tot nieuwe inzichten. Ik weet zeker dat er mooie teksten zullen verschijnen op hun websites, en ook op de speciale pagina van De Verhalenmakers, die Kim en ik hebben opgezet. Wat zou het mooi zijn als dit het begin is van een nieuw netwerk, gevormd door zelfbewusten ondernemers uit Haarlem en omgeving, die hun eigen, unieke verhaal vertellen.

Uitdaging: een verhaal in 80 woorden

Kun je een verhaal schrijven in 80 woorden? Jazeker! Lees mijn maandelijkse stukje in Plusmagazine.


Plusmagazine
 is het grootste maandblad van Nederland. Het richt zich op alle Nederlanders van 45 jaar en ouder. Ik hoor bij die doelgroep, al jaren zelfs, maar had het blad niet vaak gelezen. Daar kwam in mei verandering in. Tijdens een workshop bij de NVJ Academy ontmoette ik een van de redacteuren van Plusmagazine en dankzij een prima klik kreeg ik de kans om een paar korte verhalen te schrijven.

Met de nadruk op kort.

Ik schrijf stukjes van tachtig woorden voor de rubriek ‘Ik mis je’. En dat is een echte uitdaging. Bij het lezen van deze zin heb je er al meer dan honderd opzitten sinds het begin van dit bericht. Toch kun je een verhaal vertellen in een paar zinnen. Het gaat dan om de kunst van het weglaten. Hoe doe je dat? Door eerst te schrijven, en daarna te schrappen. Iedere zin is meerdere keren ‘door de machine gehaald’ (een term die dateert uit de tijd dat ik mijn stukken schreef op een typemachine – met carbonpapier en correctievloeistof uit een flesje) en alle overbodige woorden zijn geschrapt. Wat overblijft is een miniverhaaltje waarin alles samenvloeit: feitelijke informatie (over wie gaat het, wat zijn de omstandigheden), het persoonlijke verhaal (wie mist hij/zij en waarom) en emotie (welk gevoel overheerst nu).

De redacteur van Plusmagazine, Lenny Langerveld, is een kritische lezer en daagt mij uit om het beste in mij boven te halen. Ik ben blij met deze opdracht.

Wie mis jij? Schrijf het op in tachtig woorden en je hebt meteen een mooie schrijfoefening te pakken. Of vertel het mij. Wie weet komt je verhaal in Plusmagazine!

Hoe een klein verhaal keihard binnenkomt

Mooie verhalen vind je in het theater. Bijvoorbeeld in Carré, waar De Verleiders een prachtig stuk speelden.

In het stuk ‘Door de bank genomen’ ontrafelen vijf Nederlandse topacteurs (onder wie Pierre Bokma en Leopold Witte) de duistere wereld van ons geld en het beheer daarvan. Banken en hun leiders worden genadeloos op de hak genomen in vlijmscherpe en onthutsende scènes.

Jan en Els

De Verleiders laten zien dat ingewikkelde onderwerpen prima uit te leggen zijn door kleine verhalen te vertellen. De acteurs spelen diverse rollen; soms zijn ze zichzelf, dan weer een protserige bankdirecteur. De kracht van het stuk zit, wat mij betreft, in het opvoeren van Jan en Els. Deze hardwerkende mensen leggen vol vertrouwen hun financiële toekomst in handen van een bevriende adviseur. En gaan ten onder.

Jan en Els zijn herkenbaar, je zou het zelf kunnen zijn. En daar zit de kracht van het kleine verhaal: het komt dichtbij. Je zit zelf aan die huiskamertafel, voelt hun emoties, kijkt met dezelfde verwondering naar wat er gebeurt. Op weg naar huis kon ik enkele scènes vrijwel letterlijk navertellen, omdat ik zo was opgegaan in het stuk.

Koester het kleine verhaal, je kunt er alles mee vertellen.

“Storytelling is superpower!”

“Goede verhalen trotseren de tijd”, zegt Amy O’Leary, hoofdredacteur van verhalensite Upworthy.

In april van dit jaar was ik bij de jaarlijkse conferentie van de stichting Verhalende Journalistiek in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. De titel joeg me in eerste instantie schrik aan: ‘Storytelling in the digital age’. Ik dacht: dit is een bijeenkomst voor jonge, hippe journalisten en schrijvers. Mensen die snelle filmpjes maken, alle social media tot in de puntjes beheersen en bij wie het cross-mediale werken in het bloed zit. Ik ging toch, aangemoedigd door collega’s, die me ook nog een deel van het toegangskaartje als verjaardagscadeau gaven.

Al na de eerste spreker was ik enthousiast. Amy O’Leary, hoofdredacteur van verhalensite Upworthy, was gastvrouw van de dag en zei onomwonden: “Stories work!” Ze gaf toe dat journalisten en schrijvers door de digitale mogelijkheden veel meer concurrentie hebben gekregen. “We zitten in een straatgevecht voor het krijgen van aandacht.” Maar, voegde ze eraan toe: “Goede verhalen trotseren de tijd.”

Dat is een hele geruststelling.